Hellp, mijn lijf. (1)

IMG_20170724_212928_522

Nee, ik begin niet met een slordige typfout.
Ruim vier jaar geleden kwam ik zonder inspraak van de ene op de andere dag in aanraking met het HELLP syndroom. Hemolysis Elevated Liver enzymes and Low Platelets. Het syndroom breekt rode bloedcellen af, verstoord de leverfunctie en veroorzaakt een tekort aan bloedplaatjes.
Mijn ervaring is dat het gewoonweg een meedogenloos monster is.

Na met moeite zwanger te zijn geraakt, verliep de zwangerschap gelukkig zonder noemenswaardige problemen. Achteraf kan ik zeggen dat er een heleboel signalen waren, maar op dat moment leken het gewone kwaaltjes die ‘erbij horen’ en dat bevestigde mijn verloskundige ook telkens weer. Een wisselende, langzaam stijgende bloeddruk maar nog binnen de normen. Vocht vasthouden. Het liep gestaag op samen met de weken dat mijn zoontje groeide in mijn buik.
Ik had net de 36 weken gehaald, toen ik een nacht heel slecht kon slapen. Buikpijn hield mij wakker. Brandend maagzuur, dacht ik, en ik probeerde het met huis-, tuin- en keukenmiddeltjes tevergeefs te blussen.
Voor advies belde ik mijn verloskundige de volgende ochtend op. Ze kwam gelijk even langs en al snel bleek mijn bloeddruk nu toch wel erg aan de hoge kant. Ook vond ze een spoortje eiwitten in mijn urine. Geen reden tot paniek, zei ze nog, maar ze regelde wel dat ik onmiddellijk naar het ziekenhuis kon om even nagekeken te worden. Daar bleek dat het geen brandend maagzuur was, maar mijn lever en nieren die nauwelijks nog dienst deden. Ook zat er ondertussen zoveel vocht in mijn lijf dat mijn lichaam die druk niet meer goed aan kon. Mijn vel stond strak. Ik moest blijven met het bevel tot absolute bedrust. En daar lag ik dan. Zonder dat ik eigenlijk begreep wat er aan de hand was. Veel later zou ik het pas in mijn papieren lezen: Pre-eclampsie en HELLP syndroom. In de volksmond vaak samengevat tot: zwangerschapsvergiftiging.

Met de vervelende, maar noodzakelijke wetenschap dat ik in het ziekenhuis moest blijven tot de geboorte van mijn zoon, lag ik ook de dag daarna plat op bed. Met regelmaat kwam het personeel bij mij bloed afnemen en kijken of het met de baby nog goed ging. De buikpijn was verdwenen, ik voelde mij eigenlijk alweer veel beter dan de dag ervoor. Mijn bloeddruk bleef hoog, maar wel stabiel. Ik voelde mij positief en schikte me naar de nieuwe situatie.
Die avond kwam de verpleegkundige echter bij me met de mededeling dat mijn bloedwaarden iets heel anders lieten zien. Het ging hard achteruit. En ze hadden besloten om morgenochtend te beginnen met inleiden.
Dat was een hele schrik.
Vooral heel spannend dat de geboorte van onze zoon nu ineens dichtbij was.

Die avond kon ik de slaap niet vatten.
Ik was gespannen voor het inleiden. En het ziekenhuisbed lag niet lekker.
Mijn rug en schouders begonnen er zeer van te doen. En een vreselijke hoofdpijn kwam opzetten..
Uiteindelijk vroeg ik aan de verpleging om een pijnstiller. Toen ik echter aangaf wat er zeer deed, verdween de verpleegkundige bliksemsnel om net zo hard weer terug te komen met een leger aan personeel. Ik werd direct naar een andere kamer gereden waar ik aan de toeters en bellen werd gelegd. Mijn lichaam begon ongecontroleerd te schudden. Het was ook koud toen ik door de hal werd gereden, maar aan het gezicht van het personeel te zien moest het wat anders zijn. In beide handen werden infusen geprikt en ik kreeg zuurstof via mijn neus.
Wat het personeel allemaal deed en zei ging steeds meer langs mij heen. Het was alsof ik op een afstandje aan het toekijken was wat ze allemaal met mij deden.
Er werd medicatie toegediend en er volgde een periode van stilte toen mijn lijf langzaam tot rust kwam en de enorme pijn in mijn rug en schouders – die onderhand aanvoelde alsof er een vrachtwagen op geparkeerd stond – beter te behappen werd. Het personeel dunde weer wat uit. Alleen nog een verpleegkundige die mijn hand vasthield en de ander die de schermen nauwlettend bestudeerde.
Ik weet niet wat er met me gebeurd was. Het personeel zei het niet en ik was te ver weg om het te vragen. Het drong allemaal niet tot mij door. Uiteindelijk voelde ik wel hoe moe ik was, uitgeput. Ik wilde slapen. De verpleegkundige naast mij begon elke keer tegen mij te praten op het moment dat ik mijn ogen wilde sluiten. Ik wist ook eigenlijk wel dat ik niet moest gaan slapen. Ik voelde heel sterk dat ik niet meer wakker zou worden als ik dat deed, maar ik was zó afschuwelijk moe.
Ze veegde met een natte washand het zweet van mijn gezicht en ik kwam weer wat bij. Ze hielp me wat verder overeind want ik moest wat water drinken. Braaf nam ik een paar slokjes. Maar het duurde niet heel lang, toen het weer omhoog kwam en ik het uitspuugde. Golven van misselijkheid bleven komen en steeds moest ik spugen.
Er kwam weer meer personeel binnen gesneld. Het geluid van mijn zoontjes hartslag waar ik tot dat moment rustig naar had liggen luisteren werd stil gezet.
De gynaecoloog werd gebeld. Mijn man werd gebeld.
Er werd iets tegen mij gezegd maar wat het was, drong niet tot me door.
220/110. Ik zag mijn bloeddruk staan op 220/110.
Ik moest een vies drankje drinken wat ik meteen weer uitspuugde.
Toen werd ik met een sneltreinvaart weggereden naar een andere ruimte. Er werd aan mij getrokken en gesjouwd. Geen tijd meer te verliezen, dus de ruggenprik kwam zonder verdoving. Ik zag mijn man vlak voordat ons zoontje uit mijn buik werd gehaald.
Heel even mocht ik hem zien. Hij huilde, gelukkig hij huilde.
En toen was hij weg.

 

Heb je na het lezen van deze blog behoefte aan meer informatie en andere ervaringsverhalen, kijk dan op de website van Stichting Hellp.
Advertenties

Stil gezet

‘Een mens wikt, maar God beschikt’

flower

Dit oude spreekwoord, ontleent aan de Bijbel, bleek de afgelopen periode weer eens waarheid te zijn.
Na vele jaren van worstelen met mijzelf en allerlei angsten diep in mij, was ik eindelijk op een punt terecht gekomen waarop ik niet alleen volledig sterk in geloof was komen te staan, maar ik ook zover was om mij actief voor Hem in te zetten. Het regelmatig plaatsen van artikelen op deze weblog zou daar een belangrijk onderdeel van zijn. Niet langer zwijgen (om Sions wil)!

Ruim veertien maanden geleden, toen ik zwanger was van onze zoon en nog een maand te gaan had, werd ik echter plotseling ziek. Pre-eclampsie en Hellp-syndroom, in de volksmond beter bekend als zwangerschapsvergiftiging. Binnen anderhalve dag lag ik te vechten voor mijn leven en dat van de baby en het heeft niet veel gescheeld, maar we hebben het gelukkig allebei gered. Waar ik natuurlijk intens dankbaar voor ben.

Hoewel medisch niet direct (h)erkend, waren de gevolgen heftig. Ik herstelde slecht en kreeg door de enorme lichamelijke klap ook een postnatale depressie voor mijn kiezen.  Het ergste vond ik, en vind ik nog steeds, dat ik grote problemen heb met mijn geheugen en concentratie. Daardoor was het lange tijd onmogelijk om te schrijven – meestal mijn enige uitlaatklep – en nu kost het nog steeds de grootste moeite.

Niet zozeer van plan hier heel persoonlijk te worden, maar ik wil dit nu toch opschrijven omdat de afgelopen maanden vooral een geestelijke strijd zijn geweest. Ik ben bekend met depressies en ik merk dan iedere keer hoe erom gevochten wordt mij in die staat te houden, zodat ik langzaamaan van God weggetrokken wordt of in ieder geval niet bruikbaar ben. Met de grootst mogelijke moeite schrijf ik dit bericht toch, om te vertellen dat het wederom niet gelukt is! En dat ik met hulp van de Heer hoop (nieuw) leven in deze weblog te blazen.

Vanuit de schaduw

Steeds geplaagd worden door concentratieproblemen maakt het schrijven lastig. Terwijl er zoveel gebeurd in binnen- en buitenland.
Tegelijk ervaar ik dan juist momenten dat ik even wat meer afstand moet nemen om te kunnen observeren.

Ik luister. Ik lees.
Ik hoor en ik zie.

Volk staat op tegen volk. (Matt.24:7)
Toenemende scheiding tussen rein en onrein. (Op.22:11)
De leugen regeert, ook binnen de kerk. (Mar.7:7)
Israël wordt uitgekotst. (Ps.83:3-5)
De schepping zucht. (Rom.8:20-22)

Het hart van een wachter begrijpt wat het Woord zegt en ziet het tot vervulling komen. In de schaduw van Zijn vleugels mogen we troost putten uit Zijn belofte:

‘Je zult huilen en weeklagen, terwijl de wereld blij zal zijn. Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen.’ (Joh.16:20)

Vreugde!
Hij is de Schepper van nieuw leven. Kijk maar naar buiten, we mogen er al vroeg van genieten dit jaar.

Madelief

Volg je hart?

Nederlanders staan vaak bekend als een nuchter volk.
Trots en niet erg bescheiden wanneer het aankomt op de eigen mening. En wat is het een groot goed dat we ons hier in vrijheid kunnen uitspreken.

Voor jezelf opkomen is een hot item in onze samenleving.
Het eigen ‘ik’ is haast tot een heilige status verheven en gevoel wordt bestempeld als het kompas van ons leven. De psychologie die de meeste hulpverleners hanteren promoten ook het centraal zetten van jezelf om zo in balans te kunnen zijn of komen met de wereld om ons heen.

Als ik de Bijbel serieus neem – en dat doe ik – moet ik toch concluderen dat bovenstaande levenshouding je die balans niet zal brengen. Het is precies dat eigen ‘ik’ die er een groot, zo niet volledig aandeel in heeft dat er in de Hof van Eden gezondigd werd tegen de Schepper.  Adam en Eva die niet meer gehoorzaamden aan wat juist was, maar aan wat goed voelde.

Het is daarom zo onontbeerlijk de Schrift van voor naar achter te kennen en steeds opnieuw met hulp van de Geest te begrijpen hoe God wil dat wij leven en waarom dit belangrijk is.
Onze emoties en gedachten zijn te grillig van karakter om er werkelijk op te kunnen vertrouwen. Mijn ‘ik’ is ernstig beschadigd door de zonde en functioneert daardoor niet zelfstandig. Voor genezing en werkelijk opbloeien moeten we bij onze Schepper zijn, die voor een ieder afzonderlijk exact weet wat hij of zij nodig heeft. Wat werkelijk goed is.

Dan ga je niet altijd de weg die jij zou hebben uitgekozen. Soms moet je toch even die eigen mening wegslikken. Of ongezonde emoties de laan uit sturen. Maar je zult gaan zien dat de weg die de Heer voor jou heeft bestemd, echt de allerbeste is.

De klacht van Jeremia

“Wee mij… nooit was ik in vrolijk gezelschap, nooit heb ik plezier gemaakt, eenzaam was ik door Uw toedoen…” (Jer.15)

Niet echt een vrolijke start van een weblog.
De klaagzang van Jeremia klinkt bitter en depressief. Je ziet hem in gedachten haast met zijn boze vinger naar de hemel wijzen.
Het komt allemaal door God, die Jeremia had uitgekozen en apart gezet om een profeet te zijn (Jer.1).
Hij moest het volk Israël waarschuwen, omdat ze niet trouw waren aan het verbond met hun Heer. Het maakte Jeremia niet bepaald populair. Sommige mensen stonden hem zelfs naar het leven.
Wat een eenzame taak had God hem opgedragen. En Jeremia lijdt er vreselijk onder, maar blijft toch gehoorzaam.

Het leven van Jeremia is op zichzelf al profetisch te noemen. Hij voelde zich ongetwijfeld de verschoppeling van zijn eigen volk. Opzij geschoven, niet serieus genomen.
Net zoals het Israël zelf altijd vergaan is tot op de dag van vandaag. Eindelijk terug in het land dat de Eeuwige hen heeft beloofd, noemt de wereld haar een “schurkenstaat” en ze staan er alleen voor. Profetie op profetie gaat in vervulling, maar men is doof en blind.

Eenzaam ben ik, door Uw toedoen..
Geroepen om als wachter voor Israël in de bres te staan kan ik de woorden van Jeremia maar al te goed meevoelen.
Naar de maatstaven van mensen en maatschappij heb ik niets nuttigs bereikt. Ik kan eigenlijk niets. Echt contact krijgen met anderen is me nooit goed gelukt, hoe hard ik het ook heb geprobeerd.
Alsof de verbinding er niet mag zijn..
Een zegen? Ik denk dat veel Joden dat anders zullen ervaren en om eerlijk te zijn voelt het ook vaker als een onmenselijke last.

In vroegere tijden stonden de wachters op de muren rond de stad.
Meestal merkte je niet eens dat ze er waren, want je hoort ze niet als alles rustig is. Toch waakten zij over het welzijn van de mensen. En aarzelden niet om luidruchtig alarm te slaan wanneer er toch gevaar dreigde.

In deze uitermate spannende dagen stelt God opnieuw wachters aan (Jes.62:6-7). Sommigen lopen letterlijk over de muren van Jeruzalem, anderen – zoals ik – betreden geestelijke stenen.
Omdat het zo eenzaam kan voelen, schrijf ik vooral om hen te laten weten dat ze het niet zijn. De Heer kent wie bij Hem schuilen.